vervoegen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·voe·gen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vervoegen
vervoegde
vervoegd
zwak -d volledig

Werkwoord

vervoegen

  1. (overgankelijk), (taalkunde) omvormen van een werkwoord om wijze, tijd en persoon uit te drukken
    Nederlanders die Duits willen leren, vinden het vaak makkelijk om de Duitse werkwoorden te vervoegen.
  2. zich ergens naar begeven
  3. zich ergens bijvoegen, zich ergens bij aansluiten
Verwante begrippen
Vertalingen