vervoegen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·voe·gen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| vervoegen |
vervoegde |
vervoegd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
vervoegen
- (overgankelijk), (taalkunde) omvormen van een werkwoord om wijze, tijd en persoon uit te drukken
- Nederlanders die Duits willen leren, vinden het vaak makkelijk om de Duitse werkwoorden te vervoegen.
- zich ergens naar begeven
- zich ergens bijvoegen, zich ergens bij aansluiten