conjugate

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
  • IPA: /ˈkɒndʒəˌgeɪt/
vervoeging
onbepaalde wijs to conjugate
he/she/it conjugates
verleden tijd conjugated
voltooid
deelwoord
conjugated
onvoltooid
deelwoord
conjugating
gebiedende wijs conjugate

Werkwoord

conjugate

  1. (taalkunde) vervoegen