verpletteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·plet·te·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verpletteren
verpletterde
verpletterd
zwak -d volledig

Werkwoord

verpletteren

  1. (overgankelijk) venietigend platslaan
    "Wij zullen Maleisië verpletteren!" kondigde Soekarno aan.