varsle

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • vars·le
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Noorse naamwoord varsle.
vervoeging
onbepaalde wijs varsle
tegenwoordige tijd varsler
verleden tijd varslet
varsla
voltooid
deelwoord
varslet
varsla
onvoltooid
deelwoord
varslende
lijdende vorm varsles
gebiedende wijs varsl
varsle
vervoegingsklasse Klasse 1 zwak
opmerking

Werkwoord

varsle

  1. (overgankelijk) aandienen
    «Det er varslet regn.»
    Er is regen aangekondigd.
  2. (overgankelijk) aankondigen
    «Arbeiderne har varslet streik.»
    De arbeiders hebben een staking aangekondigd.
  3. (overgankelijk) beduiden (orakelen)
    «Dette varsler ikke godt.»
    Dat beduidt weinig goeds.
  4. (overgankelijk) melden
    «Brannen ble varslet i 20.30-tiden fredag kveld.»
    De brand werd gemeld vrijdagavond om 20.30 uur.
  5. (overgankelijk) voorspellen (orakelen)
    «Uglens skrik varsler ulykke.»
    De roep van de uil voorspelt ongeluk.
  6. (overgankelijk) waarschuwen
    «Sirenene varsler med en rekke korte støt.»
    De sirenes waarschuwen met een reeks korte tonen.
Synoniemen
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • vars·le
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Nynorske naamwoord varsel.
vervoeging
onbepaalde wijs varsle
varsla
tegenwoordige tijd varslar
verleden tijd varsla]
voltooid
deelwoord
varsla
onvoltooid
deelwoord
varslande
lijdende vorm varslast
gebiedende wijs varsl
varsla
varsle
vervoegingsklasse Klasse 1 zwak
opmerking

Werkwoord

varsle

  1. (overgankelijk) aandienen
  2. (overgankelijk) aankondigen
  3. (overgankelijk) beduiden (orakelen)
  4. (overgankelijk) melden
  5. (overgankelijk) voorspellen (orakelen)
  6. (overgankelijk) waarschuwen
Synoniemen
Afgeleide begrippen