aankondigen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: aankondigen (hulp, bestand)
Woordafbreking
- aan·kon·di·gen
Woordherkomst en -opbouw
- Samenstelling van het verouderde werkwoord kondigen met het voorvoegsel aan-
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| aankondigen |
kondigde aan |
aangekondigd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
aankondigen
- bekendmaken.
- Feitelijk gezien zal de voorzitter dan bij aanvang van de vergadering het extra agendapunt aankondigen.
- voorspellen.
- Vermoeidheid kan een hartaanval aankondigen.
Vertalingen
1. bekendmaken
2. voorspellen