handigheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • han·dig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord handigheid handigheden
verkleinwoord handigheidje handigheidjes

Zelfstandig naamwoord

handigheid v

  1. een handeling om op een slimme manier een doel te bereiken
    Door een handigheid kon het geld toch worden uitgekeerd.
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen