handigheid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- han·dig·heid
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | handigheid | handigheden |
| verkleinwoord | handigheidje | handigheidjes |
Zelfstandig naamwoord
handigheid v
- een handeling om op een slimme manier een doel te bereiken
- Door een handigheid kon het geld toch worden uitgekeerd.