uitgeput
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- uit·ge·put
Woordherkomst en -opbouw
- Voltooid deelwoord van uitputten.
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | uitgeput |
| verbogen | uitgeputte |
Bijvoeglijk naamwoord
uitgeput
- dodelijk vermoeid
- De uitgeputte drenkeling werd nog net op tijd uit het water gehaald.
- dusdanig leeggehaald dat er niets overblijft
- De uitgeputte goudmijn was al jaren gesloten, maar door nieuwe technologie werd het mogelijk het afval opnieuw te gaan bewerken.
Vertalingen
1. dodelijk vermoeid
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| uitputten |
uitgeput
- voltooid deelwoord van uitputten