uitgeput

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • uit·ge·put
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen uitgeput
verbogen uitgeputte

Bijvoeglijk naamwoord

uitgeput

  1. dodelijk vermoeid
    De uitgeputte drenkeling werd nog net op tijd uit het water gehaald.
  2. dusdanig leeggehaald dat er niets overblijft
    De uitgeputte goudmijn was al jaren gesloten, maar door nieuwe technologie werd het mogelijk het afval opnieuw te gaan bewerken.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
uitputten

uitgeput

  1. voltooid deelwoord van uitputten