temporal
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Engels
| stellend | vergrotend | overtreffend |
|---|---|---|
| temporal | more temporal | most temporal |
Bijvoeglijk naamwoord
temporal
- (natuurkunde) op de tijd betrekking hebbend
- «This vector has both a temporal and a spatial component.»
- Deze vector heeft zowel een tijdscomponent als een ruimtelijke component
- «This vector has both a temporal and a spatial component.»
- wereldlijk
- tijdelijk, voorlopig
- (anatomie) op de slapen betrekking hebbend
- ~ bone: slaapbeen
Spaans
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk | temporal | temporales |
| vrouwelijk | temporal | temporales |
Bijvoeglijk naamwoord
temporal