tentoonstellen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
| naamwoord van handeling | |
|---|---|
| zelfstandig | bijvoeglijk |
| tentoonstellen | tentoonstellend |
| tentoonstelling | tentoongesteld |
Woordafbreking
- ten·toon·stel·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| tentoonstellen |
stelde tentoon |
tentoongesteld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
tentoonstellen
- (overgankelijk) voor een publiek toonbaar maken
- De gevonden artefacten werden in het stadhuis tentoongesteld.