voorlopig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA:
- (Noord-Nederland): /vorˈlopəx/
- (Vlaanderen, Brabant): /vorˈlopəç/
Woordafbreking
- voor·lo·pig
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | voorlopig |
| verbogen | voorlopige |
Bijvoeglijk naamwoord
voorlopig
- tijdelijk in afwachting van iets definitiefs
- De voorlopige regering kwam er in afwachting van een volwaardige, waarin alle partijen zich konden vinden.