voorlopig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·lo·pig
stellend
onverbogen voorlopig
verbogen voorlopige

Bijvoeglijk naamwoord

voorlopig

  1. tijdelijk in afwachting van iets definitiefs
    De voorlopige regering kwam er in afwachting van een volwaardige, waarin alle partijen zich konden vinden.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen