teller
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- tel·ler
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van tellen met het achtervoegsel -er. Dit is een leenvertaling van de Latijnse benaming numerator.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | teller | tellers |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
teller m
- (wiskunde) het getal boven de streep van een breuk
Antoniemen
Vertalingen
1. het getal boven de streep van een breuk
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.