tegel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- te·gel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | tegel | tegels |
| verkleinwoord | tegeltje | tegeltjes |
Zelfstandig naamwoord
tegel m
- een rechthoekig stenen voorwerp dat meestal wordt gebruikt voor het bedekken van oppervlakten
- Hebben ze de tegels voor de badkamer al afgeleverd?
Afgeleide begrippen
- tegelalgoritme, tegeling, tegelkachel, tegellijm, tegelmat, tegelpad, tegeltableau, tegelthee, tegelverf, tegelvloer, tegelwand, tegelzetten, tegelzetter, stoeptegel, vloertegel.
Vertalingen
1. een rechthoekig stenen voorwerp dat meestal wordt gebruikt voor het bedekken van oppervlakten
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.