sul

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sul
enkelvoud meervoud
naamwoord sul sullen
verkleinwoord sulletje sulletjes

Zelfstandig naamwoord

sul m

  1. een wat dommig, traag persoon
    Wat een sul is dat toch.

Werkwoord

vervoeging van
sullen

sul

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sullen
    Ik sul.
  2. gebiedende wijs van sullen
    Sul!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sullen
    Sul je?