struik
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- struik
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | struik | struiken |
| verkleinwoord | struikje | struikjes |
Zelfstandig naamwoord
struik m
- (plantkunde) een houtige plant zonder stam die zich onmiddellijk boven of reeds in de grond vertakt in een aantal takken die meer of minder dik kunnen worden
- Hij verdween in de struiken.
Synoniemen
Vertalingen
1. een houtige plant zonder stam die zich onmiddellijk boven of reeds in de grond vertakt in een aantal takken die meer of minder dik kunnen worden
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.