struikrover

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • struik·ro·ver
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord struikrover struikrovers
verkleinwoord struikrovertje struikrovertjes

Zelfstandig naamwoord

struikrover m

  1. (beroep) iemand die vanuit een hinderlaag reizigers berooft
    Veel edelen in de vroege middeleeuwen waren niet veel meer dan gemene struikrovers.
Vertalingen

Meer informatie