strip

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • strip
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord strip strips
verkleinwoord stripje stripjes

Zelfstandig naamwoord

strip m

  1. een boek met een verhaal in beeldvorm
    De strip was nieuw voor Jan.
  2. een (metalen) strook
    De smid maakte de strip van restmateriaal.
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
strippen

strip

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strippen
    Ik strip.
  2. gebiedende wijs van strippen
    Strip!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strippen
    Strip je?

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Engels

Werkwoord

strip

  1. strippen