strip
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- strip
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | strip | strips |
| verkleinwoord | stripje | stripjes |
Zelfstandig naamwoord
strip m
- een boek met een verhaal in beeldvorm
- De strip was nieuw voor Jan.
- (bouwkunde) een ijzeren band
- De smid maakte de strip van restmateriaal.
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een boek met een verhaal in beeldvorm
|
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| strippen |
strip
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strippen
- Ik strip.
- gebiedende wijs van strippen
- Strip!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van strippen
- Strip je?
Engels
Werkwoord
strip