stoof
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- stoof
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| stoven |
stoof
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoven
- Ik stoof.
- gebiedende wijs van stoven
- Stoof!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van stoven
- Stoof je?
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| stuiven |
stoof
- enkelvoud verleden tijd van stuiven
- Ik stoof.
- Jij stoof.
- Hij, zij, het stoof.
- Ik stoof.