kachel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: kachel (hulp, bestand)
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ˈkɑ.χɔɫ/, /ˈkɑ.χəɫ/
- (Vlaanderen, Brabant): /ˈkɑ.xəɫ/
- (Limburg): /ˈkɑ.xəl/, /ˈkɑ.ɣəl/
Woordafbreking
- ka·chel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | kachel | kachels |
| verkleinwoord | kacheltje | kacheltjes |
Zelfstandig naamwoord
- een apparaat waarin energie wordt omgezet in warmte met de bedoeling een ruimte te verwarmen
- De kachel had de hele nacht aangestaan.
Hyperoniemen
Hyponiemen
Meroniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een apparaat waarin energie wordt omgezet in warmte met de bedoeling een ruimte te verwarmen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | kachel |
| verbogen | (alleen predicaat) |
Bijvoeglijk naamwoord
kachel