spektakel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spek·ta·kel
enkelvoud meervoud
naamwoord spektakel spektakels
verkleinwoord spektakeltje spektakeltjes

Zelfstandig naamwoord

spektakel o

  1. opzienbarend schouwspel, wonderbare vertoning
    De festiviteiten werden geopend met een groots spektakel.
Afgeleide begrippen
Vertalingen


Deens

Zelfstandig naamwoord

spektakel o

  1. driftbui
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   spektakel     spektaklet     spektakler     spektaklerne  
genitief   spektakels     spektaklets     spektaklers     spektaklernes  


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

spektakel o

  1. spektakel
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   spektakel     spektaklet     spektakel     spektaklen  
genitief   spektakels     spektaklets     spektakels     spektaklens