snik

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snik
enkelvoud meervoud
naamwoord snik snikken
verkleinwoord snikje snikjes

Zelfstandig naamwoord

snik m

  1. een geluid dat men voortbrengt bij verdriet of pijn
    Hij verried zijn verdriet met een enkele snik.

Werkwoord

vervoeging van
snikken

snik

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snikken
    Ik snik.
  2. gebiedende wijs van snikken
    Snik!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snikken
    Snik je?
stellend
onverbogen snik
verbogen -

Bijvoeglijk naamwoord

snik

  1. niet goed ~ zijn waanzinnig zijn
    Ik zie je toch dat die niet goed snik was?