slaapkamer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slaap·ka·mer
enkelvoud meervoud
naamwoord slaapkamer slaapkamers
verkleinwoord slaapkamertje slaapkamertjes

Zelfstandig naamwoord

slaapkamer v/m

  1. een kamer die gebruikt wordt om in te slapen
    Ze moesten op de bank slapen omdat de slaapkamer verbouwd werd.
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen