schuim
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schuim
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schuim | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
schuim o
- iets dat veel luchtbellen bevat
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. iets dat veel luchtbellen bevat
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| schuimen |
schuim
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schuimen
- Ik schuim.
- gebiedende wijs van schuimen
- Schuim!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schuimen
- Schuim je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.