schuimen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schui·men
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| schuimen |
schuimde |
geschuimd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
schuimen
- (inergatief) gasbellen voortbrengen op het grensvlak van een vloeistof en de lucht
- Het pas aangesloten vat bier schuimde erg sterk.