schuimen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schui·men
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schuimen
schuimde
geschuimd
zwak -d volledig

Werkwoord

schuimen

  1. (inergatief) gasbellen voortbrengen op het grensvlak van een vloeistof en de lucht
    Het pas aangesloten vat bier schuimde erg sterk.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen