klier

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klier
enkelvoud meervoud
naamwoord klier klieren
verkleinwoord kliertje kliertjes

Zelfstandig naamwoord

klier m

  1. (informeel) een onuitstaanbaar mens.
    Wat ben jij toch een klier, zeg!

klier v/m

  1. (biologie) een orgaan dat een stof afscheidt.
    Speeksel wordt gemaakt in klieren in de mond.
  2. (biologie) een cel die een product afscheidt dat door een plant niet verder verwerkt wordt.

Werkwoord

vervoeging van
klieren

klier

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klieren
    Ik klier.
  2. gebiedende wijs van klieren
    Klier!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klieren
    Klier je?
Persoonlijke instellingen
Andere talen