schema

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sche·ma
enkelvoud meervoud
naamwoord schema schema's
schemata
verkleinwoord schematje schematjes

Zelfstandig naamwoord

schema o

  1. een goed uitgewerkt plan
    We liggen nog aardig op schema.
  2. een grafische weergave van de relaties tussen de onderdelen van een plan, theorie of organisatie
    We kunnen de koolstofkringloop is het onderstaande schema weergeven.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen