schema
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- sche·ma
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | schema | schema's schemata |
| verkleinwoord | schematje | schematjes |
Zelfstandig naamwoord
schema o
- een goed uitgewerkt plan
- We liggen nog aardig op schema.
- een grafische weergave van de relaties tussen de onderdelen van een plan, theorie of organisatie
- We kunnen de koolstofkringloop is het onderstaande schema weergeven.