samenstellen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- sa·men·stel·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| samenstellen |
stelde samen |
samengesteld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
samenstellen
- (overgankelijk) meerdere uitgekozen zaken tot een geheel maken
- U kunt uw eigen gerecht samenstellen.