samendrukken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- sa·men·druk·ken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| samendrukken /'saməndrɵkən/ |
drukte samen /drɵktə 'samən/ |
samengedrukt 'samənɣədrɵkt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
samendrukken
- vanuit twee of meer zijden kracht in de richting van het midden uitoefenen
- De wurger drukte haar keer samen.