comprimeren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • com·pri·me·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
comprimeren
comprimeerde
gecomprimeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

comprimeren

  1. (overgankelijk) samenpersen, compact maken
  2. (overgankelijk) (informatica) in een extra compact dataformaat brengen, zippen
    Het zip-bestand werd door het inpakprogramma gecomprimeerd tot 2,3 MB.
Antoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen