samendrijven

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·men·drij·ven
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
samendrijven
dreef samen
samengedreven
klasse 1 volledig

Werkwoord

samendrijven

  1. (overgankelijk) door opjagen bijeenbrengen
    De herdershond dreef de kudde in een oogwenk samen.
Vertalingen