rugby
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- rug·by
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rugby | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
rugby o
- (sport) balspel met ovaalvormige bal voor twee ploegen waarbij de bal naar voren getrapt wordt of men met de bal naar voren met lopen.
- De sport rugby kent twee varianten die erg op elkaar lijken.
Verwante begrippen
- balspel
- rugbyen, rugbybal, rugbyclub, rugbyer, rugbyploeg, rugbyteam, rugbyspeler, rugbyveld, rugbywedstrijd
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| rugbyen |
rugby
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rugbyen
- Ik rugby.
- gebiedende wijs van rugbyen
- Rugby!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rugbyen
- Rugby je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.