rugby

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rug·by
enkelvoud meervoud
naamwoord rugby
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

rugby o

  1. (sport) balspel met ovaalvormige bal voor twee ploegen waarbij de bal naar voren getrapt wordt of men met de bal naar voren met lopen.
    De sport rugby kent twee varianten die erg op elkaar lijken.
Verwante begrippen

Werkwoord

vervoeging van
rugbyen

rugby

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rugbyen
    Ik rugby.
  2. gebiedende wijs van rugbyen
    Rugby!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rugbyen
    Rugby je?

Meer informatie