rouw

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rouw

Zelfstandig naamwoord

rouw m

  1. grote smart of droefenis na een verlies.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
rouwen

rouw

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rouwen
    Ik rouw.
  2. gebiedende wijs van rouwen
    Rouw!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rouwen
    Rouw je?
Persoonlijke instellingen