redelijk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- re·de·lijk
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | redelijk | redelijker | redelijkst |
| verbogen | redelijke | redelijkere | redelijkste |
| partitief | redelijks | redelijkers | - |
Bijvoeglijk naamwoord
redelijk
- wat op nuchtere wijze te beredeneren is
- Als je boos wordt, kun je geen redelijk oordeel vellen.
- de eigenschap bezittend nuchter te redeneren
- Hij is altijd een redelijk man geweest.
Vertalingen
1. wat op nuchtere wijze te beredeneren is
Bijwoord
redelijk
- in aanzienlijke mate
- Het is al redelijk warm geworden.