ratio
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ra·tio
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Latijn.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ratio | ratios |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
ratio v
- (wiskunde) een verband in de vorm van een breuk tussen getalsmatige grootheden.
- De ratio Franstaligen over Nederlandstaligen in België is 4/6.
- een redenering, een onderliggende gedachte.
- Wat is de ratio achter dit plan?
Engels
Woordafbreking
- ra·tio
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| ratio | ratios |
Zelfstandig naamwoord
ratio