ratio
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ra.tsi.jo/
- (Vlaanderen, Brabant): /ra.si.jo/
- (Limburg): /ra.ti.jo/
Woordafbreking
- ra·tio
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Latijn.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | ratio | ratios |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
ratio v
- (wiskunde) een verband in de vorm van een breuk tussen getalsmatige grootheden
- De ratio Franstaligen over Nederlandstaligen in België is 4/6.
- een redenering, een onderliggende gedachte
- Wat is de ratio achter dit plan?
Engels
Woordafbreking
- ra·tio
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| ratio | ratios |
Zelfstandig naamwoord
ratio