papegaai

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een papegaai.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·pe·gaai
enkelvoud meervoud
naamwoord papegaai papegaaien
verkleinwoord papegaaitje papegaaitjes

Zelfstandig naamwoord

papegaai m

  1. (vogels) een vogel die de menselijke stem kan nabootsen
    Wij hebben sinds kort een papegaai thuis.
  2. (medisch) bedheffer
    Wij hebben sinds kort een papegaai thuis, want mijn opa is bedlegerig.
Vertalingen

Meer informatie