papegaai
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pa·pe·gaai
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | papegaai | papegaaien |
| verkleinwoord | papegaaitje | papegaaitjes |
Zelfstandig naamwoord
papegaai m
- (vogels) een vogel die de menselijke stem kan nabootsen
- Wij hebben sinds kort een papegaai thuis.
- (medisch) bedheffer
- Wij hebben sinds kort een papegaai thuis, want mijn opa is bedlegerig.
Vertalingen
1. een vogel die de menselijke stem kan nabootsen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.