overwinning
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- over·win·ning
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | overwinning | overwinningen |
| verkleinwoord | overwinninkje | overwinninkjes |
Zelfstandig naamwoord
overwinning v
- een zege, triomf
- Het Ardennenoffensief is een historische overwinning voor de geallieerden.
Vaste voorzetsels
- overwinning behalen op
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.