triomf
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- tri·omf
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | triomf | triomfen |
| verkleinwoord | triomfje | triomfjes |
Zelfstandig naamwoord
triomf m
- (oudheid) feestelijke intocht
- In triomf hield hij zijn intocht in de stad.
- De Gallische koning werd door Rome geparadeerd als onderdeel van de triomf van Caesar.
- grootse overwinning of prestatie
- Dit feest belichaamt de triomf van het goede over het kwade.