overdoen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·doen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
overdoen
deed over
overgedaan
onregelmatig volledig

Werkwoord

overdoen

  1. opnieuw doen
    Hij moest zijn theorie-examen overdoen omdat hij de vorige keer gezakt was.
Synoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen