opwaarderen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • op·waar·de·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
opwaarderen
waardeerde op
opgewaardeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

opwaarderen

  1. verbeteren, bijwerken
    Voor die diensten moet het netwerk eerst opgewaardeerd worden.
  2. een hogere waarde aan geven
    De Chinese overheid wil de yuan gefaseerd opwaarderen.
  3. (bij voorbetaald telefoneren) nieuw beltegoed activeren.
    Zijn beltegoed wordt automatisch opgewaardeerd.
Vertalingen