oppervlakkig
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·per·vlak·kig
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | oppervlakkig | oppervlakkiger | oppervlakkigst |
| verbogen | oppervlakkige | oppervlakkigere | oppervlakkigste |
Bijvoeglijk naamwoord
oppervlakkig
- niet diepgaand of niet grondig
- De leraar heeft dat moeilijke probleem slechts een oppervlakkige behandeling gegeven.
- zich aan de oppervlakte bevindend
- Een oppervlakkige verwonding.
- (figuurlijk) niet snel blijk gevend van iets
- Hij is nu eenmaal een oppervlakkig mens.
Synoniemen
- [1] terloops
Vertalingen
1. niet diepgaand of niet grondig
2. zich aan de oppervlakte bevindend