opdracht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- op·dracht
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | opdracht | opdrachten |
| verkleinwoord | (opdrachtje) | (opdrachtjes) |
Zelfstandig naamwoord
- een te verrichten werk
- Jullie krijgen voor morgen drie opdrachten mee.