zending

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • zen·ding
1 enkelvoud meervoud
naamwoord zending zendingen
verkleinwoord zendinkje zendinkjes

Zelfstandig naamwoord

2 enkelvoud meervoud
naamwoord zending -
verkleinwoord - -

zending v

  1. materiaal dat gezamenlijk verzonden wordt
    Er is zojuist een grote zending binnengekomen.
  2. (religie) protestantisme de activiteiten verbonden aan het brengen van het evangelie, met name in een ver land
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen