karwei

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kar·wei
enkelvoud meervoud
naamwoord karwei karweien
verkleinwoord karweitje karweitjes

Zelfstandig naamwoord

karwei o

  1. een klus of hoeveelheid werk die gedaan of afgerond moet worden
    Dat is een behoorlijk karwei, hoor!
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen