oogappel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oog·ap·pel
enkelvoud meervoud
naamwoord oogappel oogappels
verkleinwoord oogappeltje oogappeltjes

Zelfstandig naamwoord

oogappel m

  1. (anatomie) het ronde en gekleurde deel van het regenboogvlies dat naar buiten zichtbaar is
  2. (anatomie) een oogbol
    De dokter constateerde de uitpuiling van de oogappel.
  3. (figuurlijk) een waardevol bezit
    Zijn dochter was echt zijn oogappel.
Synoniemen
Vertalingen
Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.