oogappel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- oog·ap·pel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | oogappel | oogappels |
| verkleinwoord | oogappeltje | oogappeltjes |
Zelfstandig naamwoord
oogappel m
- (anatomie) het ronde en gekleurde deel van het regenboogvlies dat naar buiten zichtbaar is
- (anatomie) een oogbol
- De dokter constateerde de uitpuiling van de oogappel.
- (figuurlijk) een waardevol bezit
- Zijn dochter was echt zijn oogappel.
Synoniemen
Vertalingen
2. een oogbol
- Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
te controleren vertalingen