kidnap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • kid·nap

Werkwoord

vervoeging van
kidnappen

kidnap

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kidnappen
    Ik kidnap.
  2. gebiedende wijs van kidnappen
    Kidnap!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kidnappen
    Kidnap je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen