ontbinden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·bin·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ontbinden
ontbond
ontbonden
klasse 3 volledig

Werkwoord

ontbinden

  1. (overgankelijk) een organisatie opheffen
    Er werd besloten de vereniging te ontbinden.
  2. (ergatief) (scheikunde) het uiteen (laten) vallen van een chemische stof in een aantal andere
    Als je een polymeer aan een te hoge temparatuur blootstelt, zal het ontbinden.
  3. (overgankelijk) (wiskunde) het bepalen van de factoren waaruit een getal of uitdrukking is samengesteld
    Ontbind dit getal in zijn priemgetallen.
  4. (ergatief) het aan verrotting onderhevig zijn van een gestorven organisme
    Het lijk begon te ontbinden.
Afgeleide begrippen
Vertalingen