onderhoud
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- on·der·houd
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | onderhoud | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
ónderhoud o
- handelingen verricht om iets in goede staat te houden
- een gesprek waarin men tracht geschilpunten te overbruggen
Vertalingen
1. handelingen verricht om iets in goede staat te houden.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| onderhouden |
ónderhoud
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderhouden
- ... dat ik ónderhoud.
| vervoeging van |
|---|
| onderhouden |
onderhóúd
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderhouden
- Ik onderhóúd.
- gebiedende wijs van onderhouden
- Onderhóúd!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderhouden
- Onderhóúd je?