onderhoud

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • on·der·houd
enkelvoud meervoud
naamwoord onderhoud -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ónderhoud o

  1. handelingen verricht om iets in goede staat te houden
  2. een gesprek waarin men tracht geschilpunten te overbruggen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
onderhouden

ónderhoud

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderhouden
    ... dat ik ónderhoud.
vervoeging van
onderhouden

onderhóúd

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderhouden
    Ik onderhóúd.
  2. gebiedende wijs van onderhouden
    Onderhóúd!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van onderhouden
    Onderhóúd je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen