interview
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- in·ter·view
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Engels.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | interview | interviews |
| verkleinwoord | interviewtje | interviewtjes |
Zelfstandig naamwoord
interview o
- een gesprek met iemand over diens opvattingen en ervaringen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een gesprek met iemand over diens opvattingen en ervaringen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| interviewen |
interview
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van interviewen
- Ik interview.
- gebiedende wijs van interviewen
- Interview!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van interviewen
- Interview je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Engels
Zelfstandig naamwoord
interview
Frans
Zelfstandig naamwoord
interview v