nabij

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·bij
stellend
onverbogen nabij
verbogen nabije

Bijvoeglijk naamwoord

nabij

  1. zich in de onmiddellijke omgeving bevindend
    Het nabije heelal is onderwerp van deze studie.
Vertalingen

Bijwoord

nabij

  1. bijwoordelijk deel van een scheidbaar werkwoord
    nabijkomen: Dat kwam de honderdduizend nabij.

Voorzetsel

nabij

  1. in de onmiddellijke omgeving van
    Het museum is nabij de kerk gelegen.