mobieltje

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·biel·tje
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord mobieltje mobieltjes

Zelfstandig naamwoord

mobieltje o dim. tant.

  1. een gsm, een draagbare telefoon.
    Je mobieltje moet uit in de klas!
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen