mennen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • men·nen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
mennen
mende
gemend
zwak -d volledig

Werkwoord

mennen

  1. (overgankelijk) door middel van een teugel besturen
    Het paard werd gemend.